Historisch Weserbergland

De steden in het Weserbergland worden gekarakteriseerd door de liefdevol gesaneerde vakwerkhuizen, gezellige marktpleinen en de stijl van de Weserrenaissance. Ontdek echt juweeltjes en proef een vleugje van lang vervlogen tijden. Volg de sporen van het verleden bij een van de historische stadswandelingen en ontdek het bijzondere van deze steden. "Sporen door de jaren heen - echt beleven", in het historische Weserbergland kunt u zelf deel uitmaken van deze geschiedenis. 

Bad Pyrmont – De geschiedenis van de stad

Natuurlijk is alles begonnen met de bronnen die sinds mensenheugenis in het dal van Pyrmont uit de grond bruisen. Daar hebben al de oude Germanen met heilige ernst uit gedronken. En ze gooiden bij tientallen bronzen kledingspelden, zogenaamde „fibula“, in de “Brodelbrunnen” (Borrelbron), net zoals ook wij tegenwoordig in Rome of elders munten in de fonteinen gooien. Alleen geloofden de Germanen nog echt aan hun brongoden en brachten hen op die manier rijke offers.

De Romeinen zijn hier ook geweest, maar alleen op doorreis. Ook zij gooiden een paar romeinse munten in de „Brodelbrunnen“ en vergaten bovendien nog een prachtige bronzen scheplepel, aan de buitenkant gegraveerd en geëmailleerd. Toen de „Brodelbrunnen“ in 1863 is opgegraven omdat hij opnieuw ommuurd moest worden, kwam dat allemaal te voorschijn en toonde aan dat de Pyrmonter bronnen al rond het begin van onze jaartelling bekend waren, dat mensen hier naartoe kwamen en dat hun water hoog gewaardeerd werd.

Wat niet te bewijzen valt is dat Karel de Grote de bronnen bezocht heeft, toen hij in 784/785 in de nabij gelegen stad Lügde logeerde, er bestaat echter aanleiding om dit te vermoeden. Tot zover de voorgeschiedenis.

Want nu begint de geschiedenis pas echt: In 1184 is voor het eerst de naam van het latere bad in een oorkonde vermeld – helaas in twee exemplaren. De aartsbisschop van Keulen, Philipp von Heinsberg, laat een massieve burcht op de Schellenberg bouwen en noemt hem zowel in het Latijn „Petri mons“, Petersberg dus, als ook „piremont“. Dit misschien oudduitse woord kon tot nog toe niet worden uitgelegd. En sindsdien discuteren de geleerden erover welke van die twee woorden aan de oorsprong van de naam „Pyrmont“ staat. Wij willen ons daar niet mee bemoeien.

Als aanvulling even nog deze opmerking, dat in verband met die burcht, als wapenkenmerk van de graven van Pyrmont, die er meer slechts woonden dan resideerden, het ankerkruis verschijnt – het kruis dat later zonder kroon tot wapen van de stad, met kroon echter tot wapen van het staatsbad is gekozen.

Het is een monnik die ons de volgende heldere blik in het donker van de geschiedenis geeft. Die Heinrich von Herford omschrijft tijdens de 14e eeuw twee Pyrmonter bronnen in het Latijn: de „fons sacer“ (= Heilige Quelle, Hylliger Born, heilige bron) en de „fons bulliens“ (= kochende Quelle, Brodelbrunnen, borrelende bron). Hij vergeet niet op het bronwater als geneesmiddel te wijzen.

Dat is allemaal de ouverture. Maar nu pas volgt het eerste grote schouwspel. Als een lopend vuurtje wordt medio 16e eeuw door heel Europa het ongelooflijke nieuws verspreid dat de Pyrmonter watertjes wonderen zouden doen, dat zij vrijwel alles zouden kunnen genezen, waaraan men in die tijd ziek zou kunnen worden. En de gasten arriveerden vanuit „de hele christelijke wereld“, vanuit bijna heel Europa naar het dal van Pyrmont. Ze kwamen, als we de kroniek willen geloven, in wagens vervoerd, op paarden rijdend, wandelend, gedragen en kruipend. Tijdens de zomer van 1556 bereikt het „op het wonder afkomen“ zijn turbulente toppunt, want wel 10000 mensen zochten tegelijkertijd genezing in het Pyrmonter dal, terwijl Pyrmont als nederzetting nog niet eens bestond. Er bestond slechts een nagenoeg voltooide vesting binnen een brede beschermende gracht en bovenop het kleine slot Pyrmont in het stijl van de Weserrenaissance, maar verder waren er slechts twee dorpen, Oesdorf en Holzhausen, daartussen aan de voet van de Bomberg een met bomen en struiken begroeide weide met een paar bruisende bronnen – en dat was het dan.

Maar die bronnen zijn wèl belangrijk. Toen tijdens de Dertigjarige Oorlog een beleg van de vesting steeds langduriger werd, verdreef de opperbevelhebber van „Zijne Keizerlijke Majesteit“ Pappenheim de tijd met een kuur en genas op die manier van een oude oorlogsblessure d.m.v. een badkuur. Hij liet trouwens het water verwarmen d.m.v. ijzeren kanonskogels die gloeiend heet in zijn houten badkuip werden neergelegd.

Na de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) veroorlooft men zich een adempauze van 20 jaar, maar dan volgen de gebeurtenissen in razend snel tempo elkaar op. Het barokke tijdperk ontvouwt zijn mooie uitbundige bloesems – het absolutistisch tijdperk van de kleine en grote vorsten, van de kleine en de grote hofhoudingen begint. Op ongeveer hetzelfde moment van de parkcomplexen van Lodewijk XIV te Versailles en de aanleg van de „Großer Garten“ (Grote Tuin) in het nabije Hannover-Herrenhausen laat de graaf van Pyrmont, later vorst Georg Friedrich uit de dynastie Waldeck-Pyrmont, in 1668 boven de „Hyllige Born“ een brontempel bouwen en – vanaf dat punt zacht glooiend – de hoofdlaan aanleggen, die echter niet als aanvulling of uitbreiding van een vorstelijk slot of een residentie bedoeld is, maar ondubbelzinnig voor wandelende gasten van de bronnen. Die dubbele laan is dus het eerste kuurparkcomplex ter wereld, en tot op 1883 zullen er nog talrijke andere lanen bijkomen.

Om niet te vergeten: dezelfde vorst Georg Friedrich von Waldeck-Pyrmont, die het idee had van „Brunnentempel“ en „Hauptallee“ (Hoofdlaan), laat tegelijkertijd ook de „Brunnenstraße“ aanleggen, en zijn opvolger Anton Ulrich verheft deze verbindingsweg tussen Oesdorf en het „Brunnenplatz“ in 1720 tot de „Neustadt Pyrmont“.

Voor een dergelijk decor vindt dan in 1681 de tweede grote vertoning, de „Pyrmonter Vorstenzomer“ plaats. Maar liefst 34 vorstelijke en koninklijke hoofden uit Europese dynastieën komen in juni van dat jaar naar Pyrmont om te kuren en politiek te bedrijven. Dat betekent dat voor de tweede keer Europa zijn aandacht op Pyrmont is gaan richten, vervolgens komt de naam „Fürstenbad“ in zwang, uiteindelijk betekent die bijeenkomst dat Pyrmont gedurende 125 jaar niet alleen het favoriete modebad, maar vooral de plaats zal blijven waar de Europese hoge adel ongedwongen maar beschaafd bijeenkomt.

Dat begint, om maar een paar namen te noemen, met de Grote Keurvorst van Brandenburg en de koningin van Denemarken, met tsaar Peter de Grote en koning George van Engeland, die tevens keurvorst van Hannover is, met de groothertog van Mecklenburg-Strelitz, die van Mecklenburg-Schwerin en de hertogin van Braunschweig; het gaat door met de koningen van Pruisen Frederik de Grote, Frederik Willem II en III – en eindigt tenslotte met het derde bezoek van koningin Luise van Pruisen in de vroege zomer van 1806.

Een zodanig doorluchtig gezelschap, een dusdanige „vrolijke plek van vreugde“ waar men zich waarlijk vorstelijk vermaakt, trekt ook andere gasten aan. Wie in de maatschappij van die tijd hoog aangezien wilde zijn, moest in Pyrmont acte de présence geven, moest dus tijdens de zomer in Pyrmont geweest zijn, hetzij met of zonder kuur. De componist Telemann componeert speciaal een Pyrmonter kuurmuziek, die hij met barokke omslachtig- en wijdlopigheid aan de vorst van Waldeck-Pyrmont wijdt. Schiller stuurde zijn verloofde, Charlotte von Lengefeld, en schreef vol verlangen: „Dit jaargetijde is zo mooi om op reis te gaan – hoe boordevol zou het op dit moment in Pyrmont zijn?“

In dit tijdperk wordt in 1777 aan het „Brunnenplatz“ het waarschijnlijk eerste kuurhotel ter wereld gebouwd, het „Fürsteliche Bade-Logierhaus“, waar men niet alleen kon wonen, maar tot in 1815 ook baden kon nemen.

Dat schitterende 18e-eeuwse gezelschap wordt kleurrijk omlijst door honderden „landlui“ - boeren en boerinnen in Schaumburgse klederdracht, die de Germaanse traditie van het bezoek aan de bronnen overgenomen en voortgezet hebben, en jaar in jaar uit met paard en wagen naar Pyrmont komen om te kuren, van allerlei privileges te genieten en in het nu bekende vorstenbad de sfeer van het oude boerenbad bewaren, waarbij de twee totaal verschillende sociale lagen elkaar welwillend respecteren. Maar de geschiedenis gaat door. Na de Napoleontische oorlogen verandert de Europese maatschappij – ook het badgezelschap aan de „Hyllige Born“. De adel maakt plaats voor de gasten die op zoek zijn naar gezondheid, sociale contacten en vrolijke verstrooiing. De welgestelde burgerij van de 19e-eeuwse bevolking kan zich nu luxe veroorloven, en het bad spant zich in om zich aan de veranderde situatie aan te passen en aan de stijgende behoeften van de gasten te voldoen.

Nu komen de heer professor en de heer handelsraad, de heer rechter en de heer majoor en, als ze niet zelf komen, sturen ze toch tenminste de van haar stand bewuste echtgenote met het bleke dochterje.

Volgens het beproefde principe van alle befaamde badplaatsen, die gezondheid en ontspanning voor een mooi decor in een mooie omgeving willen bieden, siert na de Eerste Wereldoorlog een zuilentempel het „Brunnenplatz“ van het stadje, dat zich nu allang „Bad“ mag noemen en waarmee de twee dorpen Oesdorf en Holzhausen nu samengesmolten zijn. Nieuwe gebouwen om te kuren, een wandelhal, een concerthuis, een leeszaalgebouw verwachten de gasten – bovendien een kuurpark dat met de landschapstuin, het centrale park en het bergkuurpark aanzienlijk is uitgebreid.

Na de Tweede Wereldoorlog blijft het bad – sinds 1947 „Nedersaksisch Staatsbad“ - op weg naar de toekomst beproefde principes volgen: de vestiging van walmende en luidruchtige industrie wordt op consequente manier afgewezen, de binnenstad wordt autoluw gemaakt en gedeeltelijk in voetgangerszone veranderd. Er bestaat een rijverbod 's nachts in het centrum, en er komt vooral een groot aantal van sport-, ontspannings- en entertainmentmogelijkheden, waaronder een opmerkelijk concert- en theaterprogramma. Bad Pyrmont was ook in het jongste verleden verstandig genoeg om zich aan de veranderingen die in de loop der jaren plaats vonden, aan te passen.

Het is een lange weg die van de oorsprong af tot op heden is afgelegd: van een Germaans bronheiligdom via het vorstenbad tot aan het moderne Nedersaksische Staatsbad.

Tot zover de geschiedenis van Bad Pyrmont.

Onze Aanbiedingen (Online boeken)
 Groeien
detail zoeken

Anzeige